VANDAAG GESLAPEN
op de bodem het witte A4 papier, dekt de donkere vloer af, bij aanvang rein en schoon, door voetstappen ontstaat een pad ,  rechtsom, naar het midden achterin is een klein rococo beeld op een kartonnen doos waar een stok tegenaan leunt om omver te duwen. Het liefst stond ik buiten de ruimte, om te kijken, maar omdat het er telkens tot stilstand kwam, insliep, ging ik lopen, handelen, toevoegen en weer deels afdekken, met witte vellen om te verbergen om te kunnen gissen, wat daar ook al weer was, om te herinneren, of ook om denkbeeldige ruimte achter het wit te creëren, als nachtlicht achter het gordijn, voor de verbeelding, om in het grote omlijnde vierkant of wolk in iets opvolgends te kunnen gaan. 
Het kleine rococo  beeldje op de kartonnen doos waar ik keer op keer naar toeliep viel niet, alleen op de tekening ligt de figuratie. 
ik waande mij soms in een tuin, wilde het  horen en hoorde een bal geslagen worden omdat ik vroeger naast een tennisbaan woonde waar ik leerde te kijken naar vaders en moeders, dat zij niet altijd vader en moeder zijn,  en sloeg de vlucht van de bal in hout, metaal, tape en racket. De bal al elders, in de nieuwste tijd,  in een kuil gerold, in een slaap gerold. 



Een ruimte betreden waar  al gebeurtenissen  plaatsvonden, zoals het huis van vrienden of ouders. Daar toont zich een geschiedenis van handelingen, van overwegingen, van verschuivingen, van rechtzetten en omvallen, soms stukvallen, en weer opkrabbelen. In de tijd ontstaat het huis met alle kleine details en rangschikkingen, alles organisch, soms dwangmatig geordend vaak zonder meer vanzelf weer iets ontspoord.  
In NAAR HUIS  is het een zoeken naar die organische vanzelfsprekendheid, de schoonheid en ooghoek-ordening. Veel van onze rituelen en automatismen leveren ongewoon schone momenten en constellaties op
Te beginnen bij de grond, misschien het belangrijkste deel van de kamer , grondbezit, het speelveld, de lijnen die er richting, indeling, veilig, onveilig, besteedbaar en niet betreedbaar  aanduiden. 
In welke deel wil mag ik nog komen, welke vereist gymnastische oefeningen en hoe hield ik met lappen katoen delen van het met wit papier afgedekte grondvlak voetstapspoorvrij, 
In het handelen, de performance van het maken toont zich de twijfel, het beslissen, het onwillekeurig verschuiven , het weghalen en is het uiteindelijke werk een residu van sporen. Geen deel is een op zichzelf staand beeld maar is het resultaat van een eerste opzet of idee dat in de loop van de tijd weer deels verdwijnt, overlapt of weggedrukt wordt door nieuwe overwegingen en part van de ruimte wordt . 
 Een grote mathematische tekening wordt ingevuld met kleine kleurige vlakjes als een mozaïek , het verschonen, of verfraaien van de lijnen is hier misschien  opzet, maar wordt niet afgemaakt want was misschien alleen uiteindelijk comfortabel vanwege het gedachteloos opvullen van vakjes gaat vervelen  en wordt elders springend vervolg in nieuwe hoekige patronen die over de kamer verspreid een  grens of een beweging, een bukken en rechtopstaand of een harmonica naar links en rechts wilde. Lekker bewegen. 
Ergens links hangt een zonnebril, achteloos opgehangen tijdens de werkzaamheden, zwart voor de ogen  werd rechts een  lange zwarte baan die dwarsboomt, de ruimte naar beneden drukt, dat ruimte  laag bij de grond onder onze ooglijn houdt. Maar met de grote  grote verticale lijntekening is alweer fictieve luchtruimte gecreëerd, waarin de lijnen de bewegingen aangeven. 
op een bepaald moment is de ruimte dan verzadigd, deels gefragmenteerd in zichzelf gekeerd , heeft het doordat het telkens dezelfde gebruiker, ik, was die er bewoog en overwoog, een coëxistentie gekregen die als taal stamelend  en lichamelijk steun zoekend, zonder direct verstaanbaar te worden, als ons leven is geworden. Daar hield nieuw doen van de ik op omdat de ik weg wilde.  



ER MOET EEN BEGIN,
pakpapier A4, wit/pisgeel, lichtblauw a4 papier, sportschoen, ronde bontmuts, fotoschilderij juwelen, houtskooltekening, viltstiftlijnen, potloodlijnen en arcering
ER MOET EEN BEGIN
Er was alleen wit. en er waren wat losse einden, krulgedachten, dichtbij efemeer die na een aanzet  geen vervolg kregen. waarvan ik resten achter liet op het wit, sporen, die in het geheel onaf maar wel samen gingen. het werden strepen, of vlekken die na weer wat heen en weer schuiven  zichzelf uitrekten of rond krulden, met een hoogte of een richting of vierkant, dak van een chalet. of zomaar werden. Ik begluurde  een man met een geweldig geslacht, die moest erbij, goed begin, en verderop een pisgeel ovaal hang ding dat deels opgevouwen simpel scheen. veel werd een aanzet tot decoratie, liefde uiten door versiering, een slinger of het herhalen van dezelfde vorm brengt vreugde. want er MOET EEN BEGIN
Deze keer zag ik in de grote leegte van het alle dagenlang een uitweg in de decoratie, het trekken van lijnen, het schipperen met schijnbare verbindingen, een vierkant om in te verdwijnen of een schuilplaats te vinden, een begin, er moet een begin. Je denkt dat.  Primitief bouwde ik  een klein lichtblauw sportaltaar met de schoen met de punt omhoog, vizier wellicht. De witte ruimte van het nog leeg zijn bouwde zich soms een beetje op, en werd weer half door wegneem en/of weer met iets toegevoegd, vulde met sporen en halfaf, zoals ook zoveel vaak in ons dagelijks bestaan een aanzet, afleiding en/of een nieuw daad in het verschiet of ruimte maken van wat net is gedaan, niets werkelijk beklijft. In dat proces ontstaat veel terloops, een slinger hier, het pakpapier van het A4 papier dus ook daar of stripwolkjes tegen de rand aan bovenaan. Wat je dan wilt is dat je vanuit dat telkens ergens beginnen tenslotte in de som van al dat beginnen het meest meesterlijke begin kunt beginnen. Om daar te stoppen.









WE GAAN DE VOGELS AFMAKEN
papier A4, rood plastc restant, metalen prijzenembleem, getypte teksten, geprinte tekst, houtskoolstrepen, viltstift tekeningen. haspel (blau) plasticbal, leren riem , mdf plank, metaalhouten kruis, spuitbus, kartonnen bruine doos (opz’nkop), schuimplastic, groengeeldraad, foto uit magazine

WE GAAN DE VOGELS AFMAKENeen opgewekte blijmoedige ‘de paden op de lanen in’ oproep. Wie dan die vogels? Gewoon de vogels, want daar zijn we toch al mee bezig en eventueel andere soorten, hip kakelend, kennend en/of ontkennend of krap gehuisvest pluimvee. Niets specifieks, gewoon omdat het alledaags plezier is. 
We gaan de vogels afmaken.
Zonder zulk vrolijk uitbundig vertier tussendoor zou  ons leven min of meer gestructureerd als ritueel van herhalingen vooral zinvol zijn. . Zinvol is makkelijker. Maar hoe we gelijktijdig de niet zelf bedachte, meest uiteenlopende toevalligheden, langs suizende  ontmoetingen of  onwelgevallige paden en lanen kunnen  begrijpen, aanstaren, betasten  en vast koppelen weten we niet.  
We laten ze maar gewoon naast en met elkaar betijen, zonder te weten hoe daar ordening in te brengen of zinvol te  vertrappen en kijken dom, maar zeggen geweldig.
En dan bungelen we.  Het is de ongekende ruimte die niets weet.  Die dingen laat liggen, die maar wat  klungelen op hun plek, een bruin braaf doosje op zn kop, een balletje door iets/iemand met een riem aan een plank bevestigd maar zonder uiteindelijk nut of doel achter gelaten, of denk aan het plezier van schuimrubber  samenbinden met groen geel electriciteits draad en er dan nog iets roze insteken, was kort fun of een plakkerige genoegen maar werd vergeten en bleef rondslingeren.  Hoe moet dat met een gat in het papier , of wit papier, met 2 strepen zomaar daarop, of het woord VANG zonder prooi of WE GAAN DE VOGELS AFMAKEN, allemaal  zotdat we in de ontstane stilte plastic vogelsilhouetten op de ramen gaan inkleuren voor vogels in huis.