IK LIJK, IK LIK, MANNEN OP HUN HOEDE
ik lijk, ik lik, ik lijk groot, almaar groot, ik lijk dood, nogal, alweer, ik lijk op symmetrie, op lach en luister, ik zal buigen, mijn rode tong likken en spoelen in een pruilbakje, ik lijk op dier(gaarde) en zal mij doorzichtig met de witte wanen mengen, ik kom eraan, ik lijk dood,  lijk, lig draai je om en staar naar onder, ik klim als L, ik schiet als I, weifel als IJ en  kom als K. Kieselkoud Wit is wortel, verstoven,  over grondvlakte,  ik die hinkstapspringt, alles divers, ik. lijk. divers. ik lijk vast, ik lijk ronduit, ik galm, een puntmuts, een lijk, een kruis, dat kan. ook wel symboliekgefiedelier, een tedere lik op het wangetje, mannen waar, mannen in een attractiepark, op je hoede, Lach. Ik lijk, ik lik.een tussendeur.
PRAALKAMER OP HET OOSTEN

VEEL JONGENS  tussen de bloemen. VEEL JONGENS dagelijks. VEEL JONGENS bedrijfskunde. Op hun hoede vereenvoudigen ze. VEEL JONGENS flikkeren. Ze sparen duimen en andere dingen die duiden en onderdrukken. VEEL is dwingend. VEEL JONGENS is tomeloos. TOMELOOS is tovenarij. VEEL JONGENS is vlakbij. 


IK ONTHOUD U
PRAALKAMER OP HET NOORDEN


EERT, (Praalkamer op het Westen) Het beeld van EERT is tot een  kamer geworden is daarin tijdelijk tot rust gekomen, wacht tot het wederom kan ontbranden, met iets door kan gaan  In EERT gromt het geweld. maar EERT is een afgekloven klank geworden dat nog dwaalt door de praalkamer, op het Westen.  Het 'RAA' ratelt luider, de A en de C tuimelen frivoler zoals klanken dat kunnen.
Het bont op de vloer kriebelt, is van de jacht, is samengeveegd, De gele vlakken erbij zijn, plat . uitgeput, opgedroogd. en klaar voor altijd,  . Het gespannen touw , niet hoog, is strak gespannen en draagt nog een gele scherf papier, een  dwarrelend teken van het geweld dat in het geel beeft. De vakken hangen en liggen los, vertonen sporen van tijdelijk aaneen geplakt, gescheurd of pover en zijn niet langer die fraaie rijk gedecoreerde ornamenten zoals wij ze willen zien.
(wij willen panfluiten horen)

ER WORDT NIET GEZONGEN
(PRAALKAMER OP HET ZUIDEN)

MANNEN DWINGEN
(de nieuwe president is dood)

JE LIEGT, tussen blauw iets oprapen, bij hout stilstaan. jezelf toestaan in het glas van een kast, op blauw duiken, ik lieg raamloos en lig buiten beeld op de koude vloer.